I.  VERHOOGD RISICO OP ONTSTAAN VAN MAMMACARCINOOM

 

 

Conclusies:

Een belangrijke en frequent voorkomende risicofactor voor het ontwikkelen van een mammacarcinoom



 

 

Tabel 1 Cumulatief risico (%) op mammacarcinoom bij belaste familie-anamnese

Leeftijd diagnose familielid (jr)

Mate van verwantschap met patiënten en aantal patiënten

1 erstegraads familielid

 

2 eerstegraads familieleden met mammacarcinoom

 

Leeftijd diagnose 2e  eerstegraads familielid (jr)

 

 

20-29

30-39

40-49

50-59

60-69

70-79

20-29

21 %

48 %

46 %

43 %

40 %

35 %

31 %

30-39

16 %

 

44 %

40 %

35 %

30 %

25 %

40-49

13 %

 

 

35 %

30 %

25 %

20 %

50-59

11 %

 

 

 

24 %

19 %

16 %

60-69

10 %

 

 

 

 

16 %

13 %

70-79

9 %

 

 

 

 

 

11 %

 

 

Tabel 2 Protocol voor het adviseren van vrouwen (zonder mammacarcinoom) met mammacarcinoom in de familie11

Mammacarcinoom in de familie              Aantal verwanten    Mammacarcinoom                 Mammacarcinoom

ontdekt < 50 jaar                   ontdekt >50 jaar

Aantal eerstegraads verwanten*          1                              Periodiek onderzoek               Geen onderzoek

2                             Tel. consult KGC/PET             Periodiek onderzoek

3                             Verwijzing KGC/PET              Verwijzing KGC/PET Aantal tweedegraads                            1                              Geen onderzoek                    Geen onderzoek verwanten**                                          2                              Tel. consult KGC/PET             Periodiek onderzoek

3                             Tel. consult KGC/PET             Tel. consult KGC/PET

Periodiek  onderzoek  <  50  jaar:  Jaarlijks  mammografie  en  palpatieonderzoek  door  arts  vanaf  het  35ste  jaar  tenzij  het

KGC/PET (Klinisch Genetisch Centrum / Polikliniek Erfelijke Tumoren) anders adviseert.

Periodiek onderzoek 50-75 jaar: De vrouw dient ten minste éénmaal per twee jaar een mammogram te krijgen, zo mogelijk

in het kader van het landelijk bevolkingsonderzoek tenzij het KGC/PET anders adviseert.

N.B.         1: Eén eerstegraads verwante met mammacarcinoom ontstaan tussen de 40 en 50 jaar is in geval van een relatief

grote familie geen indicatie voor periodiek onderzoek.

N.B.         2:  Altijd  overleggen  met  KGC  indien  er  een  combinatie  is  van  eerste-  en  tweedegraads  verwanten  met mammacarcinoom,ovarium carcinoom in de familie aanwezig is, of prostaatcarcinoom onder de 60 jaar.

* : eerstegraads verwanten: kinderen, ouders, broers en zusters van de vrouw.

**: tweedegraads verwanten: kinderen van broers en zusters, grootouders, ooms en tantes van de vrouw.

 

Referenties

1.  Colditz GA, Willett WC, Hunter DJ et al. Family history, age, and risk of breast cancer. JAMA 1993;270:338-43

2.  Sattin RW, Rubin GL, Webster LA, Huezo CM, Wingo PA, Ory HW, Layde PM. Family history and the risk of breast cancer. JAMA. 1985;253:1908-13.

3.  Slattery ML, Kerber RA. A comprehensive evaluation of family history and breast cancer risk. The Utah Population Database. JAMA 1993 Oct

6;270(13):1563-8

4.  Gail M, Rimer B. Risk-based recommendations for mammographic screening for women in their forties. J Clin Oncol 1998;16:3105-14

5.  Claus EB, Risch N, Thompson WD. Autosomal dominant inheritance of early onset breast cancer. Cancer 1994;73:643-51(table 1)

6.  Lynch HT, Albano WA, Heieck JJ, Mulcany GM, Lynch JF, Layton MA et al. Genetics, biomarkers, and the control of breast cancer, a review. Cancer

Genet Cytogenet 1984;13:43-92

7.  Vasen HFA, Devilee P. Periodiek onderzoek van families met een erfelijke predispositie voor borstkanker. Ned Tijdschr Geneesk 1993;137:2350-4

8.  Vasen HFA, Haites NE, Evans DGR, Steel CM, Moller P, Hodgson et al. Current policies for surveillance and management in women at risk of breast and ovarian cancer: a survey among 16 European family cancer clinics. European Familial Breast Cancer Collaborative Group. Eur J Cancer 1998;34:1922-6

9.  Geel A van, Rutgers EJT, Vos-Deckers GC, Vries J de, Wobbes Th. Vrouwen met erfelijk risico op borstkanker: consensus van chirurgische vertegenwoordigers van de werkgroepen voor erfelijke tumoren ten aanzien van intensieve controle, diagnostiek en preventieve ablatie. Ned Tijdschr Geneesk 1997;141:874-7

10. Bhatia S, Robinson LL, Oberlin O, Greenberg M, Bunin G, Fossati-Bellani F et al. Breast cancer and other second neoplasms after childhood Hodgkin’s disease. N Engl J Med 1996;334:745-51

11. Bock GH de, Vliet Vlietland TP, Hageman GC, Oosterwijk JC, Springer MP, Kievit J. The assessment of genetic risk of breast cancer: a set of GP

guidelines. Fam Pract 1999;16:71-7.